zondag 11 augustus 2013

'Ik vind' in plaats van 'het is zo'

Inleiding
Ik zal hier in het kort de ethische stroming/ideologie bespreken die in het huidige westen momenteel normatief is (en zelfs is doorgedrongen tot de andere aanwezige ideologieën, zoals de religieuze en politieke). Een stroming die ironisch het collectief individualisme zou kunnen worden genoemd en die naast positieve kanten ook kenmerken vertoont die zorgwekkend zijn en in het persoonlijke en publieke domein schade oplevert aan het collectief en het individu. Een pleidooi daarom om als maatschappij te (blijven) kijken naar wat verbeterd kan worden en zo een nieuwe stroming in te luiden die in ieder geval deze negatieve kanten niet vertoont.

Karakter van ideologieën
Onder ideologie verstaan we het geheel van ideeën over de mens, menselijke relaties en de inrichting van de samenleving. Een ideologie heeft drie indelingen, een descriptieve of analytische (1), prescriptieve of normatieve, (2) en een operationele (3). De descriptieve of analytische beschrijft hoe het huidige wereldbeeld eruitziet (zo zegt het Socialisme dat het proletariaat wordt uitgebuit door de bourgeoisie, zeggen de ‘Groenen’ dat de mens meer verbruikt dan de aarde kan produceren. Binnen het prescriptieve of normatieve wordt een utopie beschreven van hoe de wereld er moet uitzien, hieruit komen de waarden en normen (socialisme: klasseloze maatschappij, collectivering en solidariteit; liberalisme: vrijheid, fundamentele burgerrechten; Groen: duurzame en rechtvaardige samenleving; Neoliberalisme: vrije markt, economie) voor. Het operationele beschrijft hoe men van A naar B moet gaan (socialisme: via de revolutie van het proletariaat; sociaaldemocratie: via geleidelijke hervormingen via het parlement, Groen: ecologische voetafdruk verkleinen & sociale correcties). Ideologieën kunnen algemeen van aard zijn, maar zich ook specifiek toespitsen op een bepaald aspect van de samenleving, zoals de politiek (bijvoorbeeld imperialisme of globalisme) of het economisch stelsel (bijvoorbeeld het kapitalisme).

Ontwikkeling van ideologieën
Wat betreft de ontwikkeling van ideologieën kan gezegd worden dat er zijn die al lang bestaan, en er zijn die frequent worden afgewisseld. Er zijn overtuigingen die gemeenschappelijk gedragen worden, onafhankelijk van de tijdelijke ideologie zoals ‘eer uw vader en uw moeder, gij zult niet doden, stelen, vals getuigenis spreken’, enzovoorts. Maar er zijn ook overtuigingen die kortdurend zijn, meer een tand des tijds. Zo zal de globalisatie niet meer een groot debatonderwerp zijn wanneer deze zich heeft voltrokken. Blijkbaar heeft de mens een ‘eeuwige’ overtuiging naast een tijdelijke die ingewisseld wordt door anderen. Dit zou kunnen komen omdat de ‘eeuwige’ overtuiging al eeuwen wordt gedeeld, terwijl de tijdelijke van korte duur is en dus: hoe langer hoe sterker in het brein, hoe korter hoe meer inwisselbaar. En korte overtuigingen die maatschappelijke ideologieën kenmerken wisselen, zo leert de geschiedenis ons, zich rond de 50 jaar af.

Waarom heeft de mens een ideologie
Een ideologie vloeit in het hele leven van de mens door. Een mens kan ook niet zonder een ideologie. Ook het verwerpen van elke ideologie kan als een ideologie worden gezien. Een mens heeft een ideologie nodig omdat het de pijlers van welke waarde ook bepaalt, het zekerheid brengt (omdat zaken via de ideologie kunnen worden vastgesteld, knopen kunnen worden doorgehakt, vertrek- en ankerpunten zijn), het de omgang met anderen bepaalt, doelen, de passies in het publieke domein maar het meest nog: een eigen identiteit en daardoor waarde van het individu.

De opkomst van het huidige denken
Vroeger werd status en waarde voor een groot deel bepaald door kennis. In het postmodernisme hebben we gemerkt dat, op dit moment althans, niets de uiteindelijke antwoorden geeft. Daarom heeft het collectief bepaald dat die uiteindelijke antwoorden niet te krijgen zijn, of ze nu bestaan of niet en moeten we in ons persoonlijke leven ook niet meer proberen die antwoorden tot doel te hebben; ik heb het hier onder meer over de fundamentele vragen in de filosofie: 1.Wat kan ik weten? 2.Wat moet ik doen? 3.Wat mag ik hopen? 4.Wat is de mens?, maar ook over de religieuze vraag: bestaat er een godheid? Qua status betekent de huidige ideologie dat geen mens meer qua kennis en wijsheid boven de ander uitstijgt en in die zin ieder gelijk is (welk werk, talent, leeftijd, ontwikkeling, enz. men ook maar heeft mogen krijgen). Door deze gelijkheid qua kennis speelt bij de waardering voor een mens kennis en wijsheid niet langer meer een rol.

Typering van het huidige denken (collectief individualisme)
De huidige ideologie redeneert als volgt. We hebben gemerkt dat niets ons onweerlegbare antwoorden geeft. Dus moeten we ervan uitgaan dat die uiteindelijke antwoorden niet te krijgen zijn, of ze nu bestaan of niet (dus moeten we in ons persoonlijke leven ook niet meer proberen die antwoorden tot doel te hebben), het descriptieve of analytische aspect. Na deze algemene aanname valt het slecht wanneer iemand meent een uiteindelijk antwoord te hebben gevonden, dit wordt gezien als arrogant, pretentieus, schofferend, neerbuigend, enzovoorts. Het prescriptieve of normatieve behelst veel. Om zelf niet zo te kijk te worden gezet, moeten we in het publieke veld niet meer uiteindelijke antwoorden promoten of uitspreken (wie zich daaraan onttrekt, heeft daardoor maling aan wat in de samenleving als redelijk, prettig en sociaal wordt gezien). Andersom betekent dit dat we groot respect voor de ander hebben: deze is namelijk net als onszelf, net zo mens, net zo in deze wereld, net zo ervaringen, emoties, enz. hebbend. We moeten door dit alles daarom terugvallen op dingen waar wel antwoorden op te geven zijn, en die dingen zijn: onze ervaringen als slechts een deel van het totaal wat mogelijk is (het operationele). Het niet meer kunnen najagen van uiteindelijke antwoorden kan het gevaar opleveren dat alles relatief is, betwijfelbaar, slechts in the eye of the beholder. En ook dat, als ik niet oppas, ik mij zelf als relatief kan zien. Dit zelfrelativisme heeft echter als groot gevaar dat ik niet trots, niet tevreden, respectvol, enzovoorts over mijzelf kan zijn. En dit geldt dan natuurlijk voor iedereen die deze gedachtegang aanhangt. Dit kan voorkomen worden door dat wat mij als individu kenmerkt, en de individuele ervaring, neer te zetten als dat wat reëel is (dit is immers ook wat, in tegenstelling tot de grote vragen, wel kenbaar is). En nu we de grote vragen naast ons neer moeten leggen, we vervolgens kunnen zeggen dat het individu wel reëel is, kunnen we dat ter vervanging in de leegte van het gebied van de verdwenen publieke grote vragen neerzetten. Dat maakt het individu tot het nieuwe grote ‘ding’ en mag daarom ook de status krijgen van het grote ding. Onderscheid lijkt door dit alles niet meer te kunnen worden gemaakt tussen individuen. Omdat het gemeenschappelijk/totalitaire streven naar iets niet meer zinvol is gebleken en onderscheid tussen personen toch zou leiden tot vaststellingen over wat meer en minder nastrevenswaardig is, en daardoor weer een hoger doel wordt gesteld waarop uiteindelijke antwoorden op zouden moeten komen. Toch is het wel mogelijk om als individu boven de ander uit te tornen, zelfs binnen een gemeenschappelijk gedragen individualisme, namelijk door te kijken naar: wie is de beste individualist? De beste is degene die het meest succesvol is in individu zijn en de meest individuele (en dus meest bijzondere) ervaringen heeft. Onder andere het milieu en de middelen waarover het individu beschikt, bepaalt vervolgens hoe dit wordt gecommuniceerd.

Struggle binnen deze ideologie
De gelijkheid (met als achtergrond het niet meer kunnen najagen van uiteindelijke antwoorden) kan dus het gevaar opleveren dat alles betwijfelbaar, slechts in the eye of the beholder, wordt, inclusief ik zelf. Dit zelfrelativisme heeft weer als groot gevaar dat ik niet trots, niet tevreden, respectvol, enz. over mijzelf kan zijn. Toch hebben de mensen, juist in dit tijdperk van relativisme en nihilisme, tevredenheid/houvast/zekerheid nodig. Daarnaast wil ieder meer dan ooit status en waarde hebben (waar ze dat in het verleden uit werk door kennis/wijsheid kregen). Een paradox, omdat iedereen het erover eens is dat ieder gelijk is aan de ander. Dit kan binnen de ideologie opgelost worden door twee grote knelpunten weg te vagen: die van de onzekerheid en die van gebrek aan status/waarde. Wat betreft de onzekerheid: dit kan opgelost worden door dat wat mij als individu kenmerkt, en de individuele ervaring, neer te zetten als dat wat reëel is (dit is volgens de mainstream immers ook wat, in tegenstelling tot de grote vragen, wel kenbaar is). Hierdoor kan iedereen zichzelf waarderen en bezit iedereen echte kennis uit die ervaring (dit naast de opgedane kennis op school of in werk, waarbij het niet draait om of het juist is, maar dat het nuttig is voor het eigen leven). Het gebrek aan status/waarde dat deze ideologie met zich meebrengt kan als volgt worden opgelost. Ervaring an sich lijkt de strategie tegen relativisme. Want we willen nog steeds ook status hebben (15 minutes of fame, media, social media, klant bepaald, enzovoorts) en ervaring op zich levert dat niet; want dat hebben we allen gelijk. Maar naast de ervaring zelf wordt puurheid, uniciteit/bijzonderheid en authenticiteit van die ervaring en dus het individu het hoogste goed om op te concentreren. Omdat zodoende binnen de gelijke mens met gelijke hoeveelheid ervaring toch nog verschil kan bestaan en dus status kan worden vastgesteld (wie heeft van deze begrippen namelijk het meeste). Dit hoewel we tegelijkertijd zeggen dat wat uniek, bijzonder en puur is, individueel bepaald is. However, dat maakt het individu tot de grote zaak om ons nu op te gaan richten, om centraal te stellen, als vervanger dus van de grote verhalen, van de zoektocht naar antwoorden op de grote vragen.

Waarom zouden we de huidige ideologie moeten willen verbeteren?
Er zijn veel positieve kenmerken van het huidige denken op te noemen, met als belangrijkste dat elk mens bestaansrecht heeft, getracht wordt om te leven zonder wedijverij en gericht wordt op geluk en schoonheid. Kenmerken die het uiteraard waard zijn om te behouden. Toch zijn er ook karakteristieken die beschavingen als de onze pertinent zouden moeten willen diskwalificeren. De vijf belangrijkste hoofdpunten wil ik hier kort zou willen noemen: 1) de teloorgang van het zoeken naar wijsheid, 2) het failliet van het gemeenschappelijke, 3) de veroordeling van het individu, 4) de waardeloosheid en 5) de interne tegenspraak van het collectief individualisme. Aangaande de wijsheid, de filosofie leert ons dat we per definitie niet de grondhouding moeten hebben dat we de kennis al zelf hebben, dat we tijdens het leren van anderen met groot enthousiasme onze eigen ideeën zouden moeten willen aanpassen, omdat het een teken van groei is. Door het cruciale standpunt heden ten dage dat ieders mening evenveel waard is, is ieders mening ook even weinig waard en is het niet meer mogelijk in debat te gaan en met elkaar tot conclusies te komen. Dit betekent het niet meer actief opdoen van kennis door de ander en een houding dat de ander aan het individu geen waardevermeerdering kan geven. Daarnaast is een andere belangrijke notie rond wijsheid verdwenen; dat het niet gaat om er te zijn, maar het gaat om de weg ernaar toe. De grote vragen zijn opgegeven omdat we die momenteel niet kunnen beantwoorden, maar afgezien van dat we niet kunnen uitsluiten dat we door grote toewijding dit in de toekomst mogelijk wel kunnen verwezenlijken gaat het voornamelijk om het wijzer worden, meer nog dan het wijs zijn. Aangezien dit alles noodzakelijk wordt uitgesloten door het huidige denken, is er heden een failliet van het streven naar wijsheid, en dus een beschaving die stilstaat op het gebied van wijsheid. Maar er zijn meer schadelijke kanten aan het denken, bijvoorbeeld in het sociale. Het collectief individualisme genereert een ieder voor zich mentaliteit wat veel gevolgen heeft: verminderde (zo niet verdwenen) gemeenschappelijk gedragen normen en waarden, een verminderde (zo niet verdwenen) gemeenschappelijke identiteit, maar belangrijker nog: een verdwenen vertrouwen in elkaar, een angstcultuur, een staat van egoïsme, een onthechting, enzovoorts. Ook heeft het collectief individualisme negatieve gevolgen voor het individu zelf. Omdat in de kern alles draait om zichzelf, moet alles van zichzelf komen en ligt het aan het individu wanneer, op welk gebied ook (liefde, werk, geluk, genot, waardering, enzovoorts), hij niet slaagt. Hoe complex de maatschappij ook is geworden en hoeveel externe factoren ook meespelen in ieders leven (we kunnen nu eenmaal niet in onze eigen kamer bepalen dat we morgen president van de VS zullen zijn), onze eigen vermogens worden bepalend voor ons leven, wat uitermate triest is voor degenen met tegenslag; zij hebben het in de kern van dit denken dan zelf verdiend, een oud idee eigenlijk. Inmiddels krijgen een miljoen Nederlanders antidepressiva voorgeschreven. Zonder het zelf te weten maakt het huidige denken alles daarnaast waardeloos. Omdat alles evenveel waarde heeft is er geen verschil meer in waarde. En aangezien waarde bestaat bij de gratie van verschil en dit verschil niet meer bestaat, bestaat geen waarde meer. Ieder mag voor zichzelf zeggen dat hij waarde kent, maar juist door het gelijk daarvan met de ander, wordt deze waarde opgeheven. Het schrijnende is des te meer dat deze stroming schoonheid hoog in het vaandel heeft staan die door hun denken in wezen wordt vernietigd. Als laatste is een te noemen kritiek op het collectief individualisme dat het een niet-coherente gedachte is. Dat komt, onder andere door de punten van de interne struggle, maar bij meer nog tot uiting. In dat het individualisme collectief wordt gedragen, om maar iets te noemen. Maar talloze andere voorbeelden zijn te noemen; de waardering voor het mede-individu beperkt zich tot waar het de eigen vrijheid niet aanraakt: onvoorwaardelijke ruimte voor het individu is ook in dit denken dus niet aanwezig. Er wordt geconcentreerd op schoonheid terwijl in dit denken verschil niet kan bestaan. Iedereen is evenveel waard, maar door de noodzaak tot status worden zij die meer authentiek individualistisch zijn (gekscherend: beter zijn in het collectief individualisme) als hoger in rang gezien dan zij die hier minder in slagen. Ervaring wordt gezien als hoogste goed, terwijl deze juist bij ieder gelijk aanwezig zijn. Ook komt bij het collectief individualisme het individu in wezen niet tot zijn recht; ook binnen deze stroming zijn namelijk impliciete regels aanwezig die de waarde van het individu bepalen (bijvoorbeeld: in hoeverre is hij authentiek?). Maar misschien de belangrijkste denkfout van deze stroming is wel dat de aanhangers zich ergeren aan degenen die in deze tijd toch nog een allesomvattend antwoord uitdragen, terwijl deze stroming uiteraard van mening is dat zijzelf het eindantwoord hebben met hun collectief individualistische kijk. Dezelfde logicafout als die van een eeuw geleden: de enige waarheid is dat er geen waarheid is.

Wat te doen?
Ik zou willen pleiten voor een gemeenschappelijk gedragen ideologie (in het publieke domein althans) die de pluspunten van het huidige denken heeft en de negatieve kanten ervan ombuigt tot positieve. Deze negatieve kanten, die wat mij betreft dus doelstellingen tot verbetering zijn: 1) de teloorgang van het zoeken naar wijsheid, 2) het failliet van het gemeenschappelijke, 3) de veroordeling van het individu, 4) de waardeloosheid en 5) de extreme fixatie op het individu. Hoe kan dit worden opgelost? 1) ons concentreren op vermeerdering van wijsheid, meer nog dan deze te hebben, 2) door punt 1 kan van elkaar worden geleerd, kunnen sterke en minder sterke argumenten bestaan en kan daardoor worden gekomen tot een gemeenschappelijk ethos, normen en waarden, een gezamenlijke identiteit, 3) niet het individu centraal stellen maar het individu tezamen met sociale factoren waar wij onmiskenbaar afhankelijk van zijn, 4) ook voortkomend uit punt 1: het durven denken in gradaties, voor de schoonheid, de wijsheid en de liefde en 5) zie punt 3.