In dit artikel wil ik een plaatsbepaling doen over het Nederlandse protestantisme: wat is zij? Daarbij zal ik aandragen dat de kenmerken van denominaties van het protestantisme tegenwoordig zijn gestoeld op individuele perspectieven van haar gemeenteleden, en niet (bijvoorbeeld) op de bijbel. Daartoe zal ik eerst aangeven hoe dit tot stand is gekomen en vervolgens wat dit betekent voor de waardering van het protestantisme. Let wel: de denominaties minus de reformatische.
Ontstaan van het individualisme
Er zijn verschillende redenen te geven waarom het protestantse geloof tegenwoordig inhoud wordt gegeven door individuele opvattingen. Heel direct komt dit door de invloed van het individualisme, dat de kerk is binnengedrongen en daar vaste grond heeft gekregen. Dit individualisme houdt onder meer in dat het aan het individu is om te bepalen hoe moet worden gedacht en gedragen. Deze ideologie is de afgelopen vijf jaar gemeengoed geworden (en uit zich in alle vormen van de samenleving), maar een langere tijd 'in wording’ is hieraan vooraf gegaan. Voor de hand liggend is dat dit individualisme een start heeft gehad in het postmodernisme; het failliet van ‘de waarheid’. Wat ook op het individualisme van invloed is geweest is het relativisme (met bijvoorbeeld Feyerabend als boegbeeld) en de angstcultuur die is overgewaaid vanuit Amerika, met individuele onzekerheid tot gevolg en de noodzaak van het individu om zichzelf te redden. Daarnaast heeft het idee van ‘The American Dream’ bijgedragen aan het individualisme. Hoe mooi dit idee ook klinkt; het betekent ook dat het individu zelf verantwoordelijk mag worden gehouden voor hoe zijn leven eruit ziet, en het individu daarom op zichzelf is teruggeworpen om zijn leven vorm en betekenis te geven. Naast deze invloeden is er de afgelopen jaren sprake geweest van voortschrijdende inzichten die het individualisme verder in de kaart speelden. Zo weten we nu dat eenduidige uiteindelijke interpretaties van bijbelteksten niet te maken zijn omdat ons beeld van de tijd van ‘toen’ verandert door steeds vermeerderende kennis en wij tegelijkertijd ook continu veranderen, waardoor alleen sprake kan zijn van momentopnames. Ook hebben we door de globalisatie tegenwoordig toegang tot andersdenkenden en merken we dat op zijn minst gediscussieerd kan worden over een veelheid aan gedachten en gebruiken en dat niet alleen wij de ideeën van een ander, maar zij daardoor ook evenzo die van ons als relatief kunnen zien. Iets anders betreft de ontdekkingen van de wetenschap die kerkelijken op een veelheid aan punten hun zekerheden doet verliezen. Heel praktisch kan gedacht worden aan inzichten uit de zorg (zo kwam met de diagnose 'psychotisch' bezetenheid op de helling), kan met een nanoprinter (levend) weefsel atoom voor atoom worden opgebouwd (en is het dus niet meer enkel God die leven schept), zij het in het beginstadium, de evolutietheorie die zo sterk aan bewijzen wint dat protestanten steeds minder in verzet gaan maar eerder een manier zoeken om dit binnen hun geloof te implementeren, enzovoorts. Een laatste hier te noemen invloed op het individualisme betreffen de discussies binnen het protestantisme die haar pijlers omver werpen. Gedacht kan worden aan het ‘vermistigen’ van de begrippen hemel en hel en vragen als: Hoe dienen we aan te kijken tegen homoseksuelen? Is de wereld in zeven dagen geschapen? En: Wat moeten we nu letterlijk en figuurlijk nemen in de bijbel?
Het individualisme
Door bovenstaande (en meer) redenen is het individualisme nu verworden tot ‘de’ ideologie van Nederland, en eigenlijk van het gehele Westen. En hoewel veel in kerken is gepredikt over het gevaar van invloeden van buiten, is dit gedachtegoed ook binnen de kerkmuren de drijfveer van het gros geworden. In de kern houdt dit dus in dat het individu zelf bepaalt over zijn denken en doen. Maar uiteraard vloeit hier veel uit voort. Omdat het individu op zichzelf is teruggeworpen, draait het om de eigen authenticiteit (wat onder meer zichtbaar wordt in de social media), maar vooral ook om het zich weten te verstaan ten opzichte van de ander. Omdat het individu zelf zaken moet bepalen, omdat algemene zekerheden niet langer meer bestaan (zie boven) kunnen ideeën en gedragingen van anderen op zijn minst als relatief worden bestempeld en potentieel zelfs als gevaarlijk voor de individuele eigenheid. Gevolg hiervan is dat niet (langer) de houding wordt aangenomen om van elkaar te leren, om te zoeken naar gemeenschappelijk gedragen perspectieven, maar het tegenovergestelde: het in twijfel trekken van de ander, het in zichzelf terugtrekken van het individu als het gaat om overtuigingen van anderen die de eigen overtuigingen kunnen doen wankelen en alleen wanneer het de eigen ideeën versterkt of bestempelt iets van de ander overnemen. Het blijkt dat wanneer een mening wordt gegeven, een andere daar tegenover kan worden gesteld en zodoende alles betwijfelbaar is geworden. En omdat de mens niet in twijfel kan leven; vaste grond moet hebben, en deze vaste grond niet gemeenschappelijk kan worden vastgesteld, moet het individu daarom maar voor zichzelf zekerheden bedenken en die verdedigen. Ook hoort bij het individualisme een eenzijdige concentratie op het positieve. Omdat het individu authentiek moet zijn en zelf iets moet maken van zijn leven, is diegene de meest gevierde individualist die het meest eigen en succesvol is op zoveel mogelijk vlakken. Hierbij horen bijzondere ervaringen, verre reizen, grote sportieve prestaties, een groot sociaal netwerk, de hang naar 15 minutes of fame (zie The Voice of Holland, Holland's Got Talent, e.d.), een glansrijke baan, enzovoorts. Positieve aspecten die gekoppeld kunnen worden aan zijn persoon en hem daardoor ook als mens succesvol maken. Negatieve aspecten betekenen ‘failure’. Dit noodzakelijk positief moeten zijn omdat anders gezichtsverlies dreigt wegens het slecht kunnen managen van het bestaan is in wezen een angstige reactie op de complexe wereld waarin we tegenwoordig leven en wordt ook hoe langer hoe meer onhoudbaar. Iets dat bijzonder hard ervaren wordt door hen die buiten de boot vallen. Ondanks deze impliciete strijd staat bij het individu ironisch genoeg ook gelijkheid centraal: niemand kan zich boven een ander verheffen omdat niemand de wijsheid in pacht heeft en ieder evenveel uniek is. Dit overigens met directe gevolgen voor waarde dat immers betekenis krijgt door verschil. Uiteraard zijn er ook positieve kenmerken van het individualisme te noemen. Zo gedoogt en accepteert de mens zijn medemens eerder, heeft de gerichtheid op het positieve iets moois en valt er ook weinig tegenin te brengen dat de mens zich meer dan ooit wil ontplooien op vele vlakken.
Protestants individualisme
Al de zaken die ik hierboven beschreef zijn ook in het protestantisme zichtbaar geworden. Inhoudelijk theologisch bijvoorbeeld omdat tegenover de interpretatie van een bijbeldeel door de ene de interpretatie van een ander staat en hierdoor dat het ‘in the eye of the beholder’ is geworden hoe de bijbel gelezen dient te worden. Voorgangers hebben niet langer het alleenrecht op een juiste exegese, gemeenteleden zijn mondig geworden en bepalen zelf hoe ze het gesprokene valideren. De eenzijdige positiviteit valt te merken doordat tegenwoordig de nadruk wordt gelegd op de verlossing, waar het twintig jaar geleden juist de zonde was; nu eens niet de machtige Vader van vijftien jaar geleden centraal maar de Zoon en vooral de Heilige Geest, die nu positiviteit ademen. Het afsluiten van de ander is te zien in de miniwijken, waar over allerlei zaken gepraat wordt maar de geslotenheid toeneemt naarmate dichterbij de eigen vastigheden wordt gekomen. Hiermee niet implicerend dat individualisten geen sociale wezens zijn (juist meer dan anderssoortigen) maar met als grens de eigen onzekerheden. Kerken moeten heden ten dage vernieuwend zijn in verband met veranderende smaken, met een constante zoektocht naar nieuwe vormgevingen van erediensten en rituelen, eigenlijk een zoektocht naar het individuele van de kerken, een zoektocht naar het authentieke van het gemeenschappelijke: vernieuwen om het vernieuwen (zij die niet meedoen vallen af). Tijdens bijbelstudies of mannenavonden wordt zelden tot nooit meer toegewerkt naar een conclusie, omdat die niet meer geformuleerd kan worden. Gemeenteleden wisselen tussen denominaties in hun zoektocht naar wat past bij hun authentieke persoonlijke overtuiging: ‘what’s in it for me?’ (zoals ook het teruglopen van twee kerkbezoeken per zondag naar een of minder daar een voorbeeld van is). Voorgangers zijn niet langer het hoofd van de kerk, maar staan naast diakenen, koffieschenkers en commissieleden omdat die allen evenzo bijdragen aan het in stand houden en voorthelpen van de kerk. En juist door het individualisme bestaat over dit alles verschil van mening of dit een constructieve beweging is of niet.
Het protestantisme in identiteitscrisis
Het gevolg van dit alles is dat het protestantisme in een identiteitscrisis verzeild is geraakt. Want waar eerder de eredienst, bijbelinterpretatie en perspectief op de toekomst gemeenschappelijk gedragen werd en vaststond, is tegenwoordig het omgekeerde het geval. Omdat de bijbel blijkbaar niet eenduidig valt te interpreteren, staat geen perspectief meer met zekerheid vast. Hierdoor zijn mensen leidend geworden in de omgang met die bijbel en bepaling van de inhoud daarvan. Het gegeven dat het vloeken in de kerk is geworden om te spreken over de ware kerk, de interne beslissing dat nu moet worden geconcentreerd op de Zoon en Heilige Geest en hooguit mondjesmaat nog op de Vader, de benadrukking van de verlossing tegenover de eerdere beklemtoning van de zondeval getuigen ervan dat we in een situatie zijn beland waar we als mensen willen bepalen waar het zwaartepunt in de bijbel ligt en wat belangrijk is in een eredienst. Een aantal basale opvattingen die gemeenschappelijk worden gedragen daargelaten (bijvoorbeeld het bestaan van de drie-eenheid, hoewel: hoe moeten we die eigenlijk zien? Bijvoorbeeld: de wereld is door God geschapen, hoewel: wanneer dan, hoe lang dan, en de evolutietheorie dan? Bijvoorbeeld: de bijbel als woord van God, hoewel: moeten we die (deels) letterlijk of figuurlijk nemen? Bijvoorbeeld: Christus is voor ons gestorven aan het kruis, hoewel: voor wie eigenlijk? Enzovoorts.), is het tegenwoordig aan het individu hoe wordt gedacht en omgegaan wordt met het protestantisme. Niet onbegrijpelijk dat de tucht binnen dit gedachtegoed een hachelijk onderwerp is geworden. Toch kan dit alles vanuit een optimisme worden bekeken: al de veranderingen en inzichten die zijn gekomen, zijn mogelijk voortgekomen uit de drang van de mens om beter te worden, het beter te doen. Maar ondanks dat is ook de stand van zaken dat we niet langer meer weten wat nu de eenduidig juiste interpretatie van de bijbel is, wat (met andere woorden) God wil en bedoeld heeft. Dit kan twee dingen betekenen: we hebben in onze onwetendheid en simpelheid het protestantisme per ongeluk kapot geredeneerd óf het protestantisme is inderdaad door God bedoeld als ‘in the eye of the beholder’.
Het failliet van het protestantisme
Ervan uitgaande dat het protestantisme niet kapot is geredeneerd, nog bestaat en sterker: is wat God wil, dan moeten we concluderen dat God het tegenwoordige protestantisme bedoeld heeft als voortkomend uit ‘the eye of the beholder’, te meer daar we dat in het verleden al konden zien: de verschillende stromingen uit het verleden (Middeleeuwen, Renaissance, Romantiek, enzovoorts) gaven verschillende blikken op de bijbel, ook het individualisme is zo’n tijdvak met een eigen blik, waardoor tijdvakken langdurige perspectieven zijn geweest op exegese. Dit doet vermoeden dat onze blik op de ontwikkeling van het protestantisme door de eeuwen heen een dynamisch karakter heeft gehad en dat dat dynamische blijkbaar ingebouwd moet zijn in het protestantisme, willen die zienswijzen hebben kunnen en mogen bestaan (en niet in het minste: hebben kunnen leiden tot onze huidige zienswijze, die algemeen als juist wordt bestempeld). God heeft dan dus in het protestantisme gelegd dat er ruimte is voor verschil van bijbelinterpretatie (en dus ruimte voor onze individuele opvattingen over wie God is en wat hij wil), door de stromingen heen. Dit neemt niet weg dat er een stroming bij kan zitten die juist afbreuk doet aan dat dynamische protestantisme, bijvoorbeeld het besproken individualisme.
Wanneer we zeggen dat we in onze huidige individualistische stroming het protestantisme niet kapot hebben geredeneerd maar het individualisme een juiste zienswijze is (het idee van ‘in the eye of the beholder’), heeft dat bijzonder verstrekkende gevolgen. Een aantal hier te noemen: 1) de bijbel is niet eenduidig; omdat over alles kan getwist worden), 2) God heeft niet voor ogen dat we de inhoud van het protestantisme gemeenschappelijk belijden; omdat het individueel mag zijn bepaald, 3) het protestantisme is gebouwd op individuele opvattingen en gevoelens; wat wordt beleden is individueel bepaald, 4) en voortkomend uit het vorige punt: hierdoor zijn wij het tegenwoordig die bepalen wat God bedoeld (heeft); wij zijn het die zeggen hoe de bijbel moet worden geïnterpreteerd dus wat de boodschap van God daarin was; een vermenselijking van het Goddelijke.
Wat deze gevolgen in ieder geval impliceert is dat we met dit nieuwe denken het protestantisme zoals we dat tot nu toe kenden (waarin we zijn opgegroeid) failliet kunnen verklaren. Een implosie, aangezien het uiteindelijk de kerkelijken zijn die dit hebben bewerkstelligd.
Actie = reactie
Afgezien van wat dit met het protestantisme doet, ben ik zelf een sterk tegenstander van het individualisme in zijn algemeenheid (directe uitwassen in de samenleving zijn onder andere de financiële crisis, de afstand tussen politiek en burger, een publiek domein gebouwd op wantrouwen, een angstcultuur die nog in opmars is en te denken valt bijvoorbeeld aan de verzakelijking van het gemeenschappelijke, de ommezwaai van verbond- naar contractdenken, om met prof. Roel Kuiper te spreken). Het brengt geen vermeerdering van wijsheid door anderen; de concentratie ligt op de eigen gedachten. Daarnaast gaat het gemeenschappelijke verloren wat als directe gevolgen onder andere angst, stress, onveiligheid, eenzaamheid, afstand en sudderende somberte geeft. Ook heeft het individualisme een groot aantal interne tegenstrijdigheden. Om een aantal te noemen: iedereen is gelijk, maar de ‘beste’ individualist gooit de hoogste ogen. Iedereen is waardevol (inclusief ieders gedachten) maar slechts zolang het de eigen zekerheden niet aantast. Er geldt een eenzijdige gerichtheid op het positieve, maar vanuit angst. Het gaat om het individu, maar wordt collectief gedragen. Dat laatste brengt ook zijn twijfels mee over de huidige zienswijze op het protestantisme. Deze is verworden tot een collectief van individuen, terwijl het gaat om een gedachtegoed die we eerder deelden. Wanneer dat niet langer meer aan de orde is, we in kerken samen komen terwijl dat waar we tezamen voor bij elkaar zijn, dat waarin we elkaar vinden en wat onze band bepaalt, verschillend is per individu, dan bestaat dat wat onze band bepaalt niet langer en kun je je ten zeerste afvragen waarom we precies samenkomen, juist kijkende vanuit individualistisch perspectief. In mijn opinie is het, afgezien van het protestantisme, tijd voor een nieuwe stroming (iets dat, zo leert de geschiedenis, sowieso gaat gebeuren aangezien stromingen elkaar altijd hebben afgewisseld: actie = reactie). Een nieuwe stroming waarin juist verbroedering, vergemeenschappelijking, het wijzer willen worden door de ander en het neigen naar eenduidigheid centraal staan. Niet vanuit het idee dat dit direct realiseerbaar is, maar vanuit het idee dat deze houding het meest eerbiedwaardig is. Omdat het niet gaat om het doel, maar de weg er naar toe.