vrijdag 1 juli 2011

Wat kunnen we kennen?

Een belangrijke vraag voor wie kennis hoog in het vaandel heeft; wat kunnen we kennen? Of anders geformuleerd: hebben we zekerheid dat we ware kennis kunnen hebben? In hoeverre dit mogelijk is, is een aloude en essentiële vraag voor veel filosofisch geïnteresseerden. Want zou deze ontkennend moeten worden beantwoord en daardoor, dat geen zekerheid kan worden verkregen over de vraag in hoeverre ons denken, begrip, inzicht, kennis, enzovoorts, al onze rationele productiviteit, overeenkomstig de werkelijkheid is, dan kunnen we de logische vervolgvraag stellen wat dan het nut van filosofie is, wanneer zij zich dat wel tot doel stelt. We kunnen dan zeggen dat de weg belangrijker is dan het doel, maar wat nu als de weg zelf ook discutabel is. Wanneer filosofie geen nut heeft dan tot die conclusie te komen, is het dan zinvol deze te bedrijven?

Sterker nog, zouden we moeten vaststellen dat het de vraag is of de rationele creaties als gedachten, theorieën, meningen, enzovoorts, van bijvoorbeeld Augustinus of Voltaire, conform de werkelijkheid zijn, dat zodoende aan hun werkelijkheidswaarde kan worden getwijfeld, dan kan de vraag van het nut van deze arbeid niet alleen worden gesteld aan de filosofie, maar aan alles waarbij intellectualiteit in het geding is (aangezien het aanwezig-zijn beïnvloedt). Het meest voor de hand liggend daarbij zijn de wetenschappen. En wanneer het niet reëel is om ervan uit te gaan dat onze kennis (en hieruit volgend ons begrip en wijsheid) overeenkomt met de werkelijkheid, waarop heeft die dan betrekking? Wanneer onze denkactiviteit mogelijk niet nuttig is in die zin dat ze leidt tot meer begrip van onze werkelijkheid, hoe kunnen we, vanuit onze maatstaven en rationele wetboeken, toch bepalen hoe en waarom onze denkactiviteit, in ieder geval voor onszelf, zinvol is?

Niet alleen lijkt het alsof we ons leven kunnen besteden aan het verkennen van de historie, zodat we niet eens toekomen aan positiebepaling, ook heeft het er alle schijn van dat welke stelling ook wordt genomen richting epistemologie, materialisme, idealisme, enzovoorts, een gulden regel lijkt te zijn dat ten opzichte daarvan een tegengestelde stroming, of combinatie daartussen, bestaat met even zo vele argumenten die om plaatsbepaling vragen. Om Kierkegaard aan te halen: het een bestaat zelfs door het andere, en zodoende is het één onlosmakelijk aan het ander gerelateerd. De grondslagen van de één zijn de uitspraken van een ander die weer andere gronden heeft, maar ook zijn tegenbewegingen tegenbewegingen in afhankelijkheid van het gemeenschappelijke onderwerp.

Om uit deze vicieuze cirkel van onderzoek te geraken kan een begin van een oplossing het kijken naar de redenen van dit vicieuze zijn. Daarbij is mijn stelling dat deze kunnen worden gevonden bij de mens zelf. En wel, bij zijn biografie, waarop ik in ga in mijn publicatie Biografie van de filosoof. Dat het aan zijn biografie ligt dat dit vicieus is en los daarvan, dat het aan zijn biografie ligt dat hij, ook al zou het niet vicieus zijn, geen valide oordeel kan vormen. Dat niet alleen niet kan worden gesproken over het bestaan van ware kennis en waarschijnlijkheid, maar ook dat geen enkele waarde kan worden verleent aan welk intellectueel gedachte-experiment of conclusie daaruit. Dat we onmogelijk kunnen beargumenteren wat de waarde van kennis is, enkel weinig (maar genoeg) kunnen doorgronden waarom dit niet kan worden vastgesteld. Dat we vanuit de idee van biografie (welke vooralsnog geen noemenswaardige actor in het debat is) niet zozeer de uitspraken van gerenommeerde filosofen moeten wegen, maar hun biografieën, omdat deze niet alleen de uitspraken definiëren, maar ook het geheel aan invloeden op die uitspraken, zoals de grondslagen en daaruit volgend: dat wat deze grondslagen en invloeden weer hebben geconstitueerd. Dat we ons begrip van de werkelijkheid, met andere woorden, niet moeten uittekenen op grond van gedachten of uitkomsten van denkprocessen, maar breder; op grond van onze biografie. Maar ook dat het, juist gezien onze biografie, onjuist is dat de filosofie inmiddels berust in waarschijnlijkheid.

Dit een fragment van een eerder gegeven lezing.
Wilt u het hele artikel lezen? Klik dan hier