woensdag 16 maart 2011

De existentie van het geweten

Recent is het angstbeeld binnen de psychologie ontstaan dat de positie van de neurologie steeds sterker wordt, en synchroon daaraan de populariteit van de psychologie daalt. Publiekelijk voorbeeld van deze versterking is de onlangs uitgegeven publicatie van Dick Swaab; Wij zijn ons brein. Een andere is een onderzoek dat onlangs werd uitgebracht, waarin werd geconstateerd dat de plaats van het geweten in de hersenen is gelokaliseerd vanuit de logica dat er kinderen zijn geconstateerd zonder geweten, waarbij dat deel van de hersenen anders was als die die wel over geweten beschikken.

Omdat dit laatste; het hebben gevonden van de lokatie van het geweten, een stevig antwoord lijkt te impliceren op vragen als: Bestaat het geweten? Wat is het geweten? Waar kunnen we deze vinden? en bijvoorbeeld uitspraak doet in 'de zaak' nature versus nurture, zal ik in deze blog daarop ingaan; en wel vanuit de oppositie; want diverse hiaten kunnen worden genoemd.

Allereerst een logische constatering. Wanneer de lokatie van het geweten is gevonden, dan moet in ieder geval duidelijk zijn wat het geweten dan wel is. De stem van het goede? De drang tot zelfkritiek? Rechtvaardigheidsbesef? Het probleem dat opduikt is dat eerst helder moet zijn wat de definitie is wil kunnen worden gezegd dat dat wat gedefinieerd is ergens kan worden gevonden. In die zin een probleem, omdat een eenduidige definitie niet zal kunnen worden gevonden in het rijk dat wordt bewoond door psychologen/neurologen/ethici/filosofen/enz. Willen we dus de lokatie kunnen bepalen van het geweten, dan moeten we eerst collectief weten wat dat geweten dan wel is. Iets niet bestaands zal niet kunnen worden gevonden.

Een tweede probleem dat opdoemt is hoe de switch kan worden gemaakt van een begrip naar iets materieels. Uitgaande van de genoemde stellingname moeten we concluderen dat het begrip zelf ook materiaal is, maar hoe kan dat bij een begrip? Goed, we kunnen zeggen dat dit slechts een taalkwestie is; het woord geweten representeert een materieel mechanisme, zo zouden we kunnen zeggen. Maar dan zou dat expliciet moeten worden gemaakt. Waardoor we het voorgaande probleem van de definitie weer raken. Maar houden we het bij de stelling dat het geweten in het brein kan worden teruggevonden, dan moeten we concluderen dat die per definitie materieel is.

Los van dat vraagstuk merk ik dat ik de drang heb om het geweten een broer te laten zijn van begrippen als de ziel. Ook rond de ziel bestaat bij velen de merkwaardige drang om deze als locatie te zien, in plaats van een symbolisch begrip dat veel zaken omsluit; een proces, een mechanisme, tijd, enzovoorts. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat we in een tijd van globalisatie identiteit vaststellen naar aanleiding van locatie, zoals Sloterdijk ook noemt in zijn Sferen-trilogie.

En hierdoor kom ik op de neiging van de neurologie om reductionistisch, want terugredenerend naar enkel materialisme (en wanneer materialisme, dan ook locatie), te zijn. Wanneer al ons denken, gedrag en gevoel kan worden teruggevoerd op neurologische bewegingen (waar de neurologie haar zinnen op zet), en deze bewegingen stoffelijk, dus materieel, zijn dan moet alles van de mens verklaarbaar zijn vanuit materie. Maar zodra gesproken wordt over materie, dan impliceert dat een bepaalde begrenzing, afbakening, waar buiten iets anders moet bestaan, omdat het anders niet afgebakend zou hoeven worden. Wit impliceert zwart om in het licht van Kierkegaard te spreken, goed impliceert kwaad en materialisme immaterialisme. Het feit dat gelooft wordt in materialisme bewijst het bestaan van immaterialisme. En moeten we dit bevestigen, dan is vervolgens de vraag wat we dan onderbrengen onder materieel en immaterieel. Wie is de scheidsrechter? Wie bepaalt?

Het punt dat ik in dit bericht wil maken is dat het vinden van een locatie in het brein waar door prikkeling of verlaging of verhoging van activatie een reactie door wordt bewerkstelligd in denken, doen en gedrag, niet dwingt tot de vaststelling dat het geweten op die en die plaats zich bevindt. Sterker, tot een eenduidige definitie hiervan is gevonden bestaat voor mij hét geweten niet. Het geweten is een symbolisch begrip voor het geheel aan kennis wat goed en kwaad is, zo wil ik een voorzet doen. En wat goed en kwaad is, als gegrond in wat straf en beloning oplevert. Op basis van die uitkomsten kan dan al of niet worden beslist zus of zo te handelen, of dit of dat van zichzelf of de ander te vinden. Uitgaande van die defnitie, of welke andere definitie ook die grenst aan dat het geweten gerelateerd is aan opvattingen over goed en kwaad, is het brein slechts een potentie voor bepaald denken en gedrag, altijd afgezien van de psychopathologie. Is bij geboorte de potentie aanwezig om te leren van goed en kwaad is en hoe daarop als mens moet worden geanticipeerd; en is het de sturing door ouders, omgeving, enz. die deze opvattingen van goed en kwaad en de anticipatie daarop een bepaalde richting uitsturen.

Gaan we met het geweten om als een symbolisch begrip; dan vrijwaren wij ons ervan om het onmogelijke te zeggen, namelijk dat gedachten, overdenkingen, visies, enz. materieel zijn. De materiele hersenen kunnen echter alleen de basis vormen voor bepaalde geestelijke creaties, zoals gedachten. Ook vrijwaren wij ons ervan om reductionistisch te worden. De idee dat naar een begrip meerdere relaties kunnen worden gelegd, toont aan dat het er niet een enkele is.

Bij kinderen waar vanaf de geboorte wordt geconstateerd dat het geweten niet bestaat omdat deze niet in de hersenen wordt gevonden, kan vanuit dit perspectief worden verklaard als dat de potentie ontbreekt om een seconde na geboorte aanwezig te zijn; want door vorming (de klap van de arts om het huilen op gang te helpen om maar een vroege ervaring te noemen). Zeggen we dat het geweten een begrip van goed en kwaad veronderstelt op basis waarvan kan worden gehandeld, dan is dat geweten in potentie aanwezig omdat dit begrip zich kan ontwikkelen (en de basis daarom al aanwezig moet zijn).

Maar begrip van goed en kwaad zelf had mijn dochtertje niet, toen ze, 1 maand oud, in haar wiegje lag te huilen of te lachen. Gaandeweg het leven (een knipoog naar Rousseau) zullen ouders en andere beïnvloeders de kinderen leiden naar een gewetensvol leven. Maar dit gebeurt met vallen en opstaan en vooral veel geduld door 20x achter elkaar 'Mag niet' of 'Mag wel' te zeggen waarna het kind het nog niet hoeft te begrijpen. Op een gegeven ogenblik doet zich voor dat het kind begrijpt dat het niet op die cd mag bijten en wel dat koekje mag aanpakken, maar enkel wanneer het wordt aangeboden. Die daden zijn kwesties van maanden geduldig oefenen, leren herkennen van het koekje en de cd, leren herkennen van toonhoogtes van de stem, etc. Het geweten wordt aangeleerd, actief of passief, maar er moet een begin zijn in de hersenen. En dat begin zou eerder kunnen worden gezien als een nog primitief cognitief leersysteem. Vervolgens is het aan de mensen uit de omgeving, de ervaring en het kind zelf, om dit leersysteem aan het draaien te krijgen, te blijven oliën en erop toezien dat de resultaten conform de eigen opvattingen zijn. Afwijking hiervan is de realisatie van onprettigheid, en noopt (al naar gelang de mens) tot correctie of vrijlating onder het mom van een andere visie van het eigen geweten.

Deze indoctrinatie, want moedwillig opgelegd onafhankelijk van of het kind daarmee kan instemmen, is een noodzakelijk iets, want menselijk. Enkel door dit proces van trial and error te ondergaan komen we verder met ons begrip van goed en kwaad. En groeit het kind zo op dat het zelf straks vader of moeder wordt en met anderen het eigen kind evenzo helpt het leersysteem te laten draaien, oliën en erop toezien dat de resultaten conform de eigen opvattingen zijn.

Geen tegenstelling dus tussen materialisme en immaterialisme; want beide (het immateriele verwijst naar een van de delen die materieel is), ook geen tegenstelling tussen nature of nurture; want beide (de potentie is nature, de vorming nurture). Vandaar dat we kunnen zeggen: daar, daar in de hersenen zit de potentie. Maar dat is heel wat anders, en vele malen complexer, dan te zeggen; kijk, daar in de hersenen zit het geweten of daar, dat plekje in het hart: dat is de ziel. Maar ook: kijk, daar zit hem sowieso nog de crux: we weten nog steeds niet waar we het over hebben. Wat is het geweten nu uiteindelijk?