In dit artikel zal ik ingaan op het individualisme: dè huidige dominante stroming in Westerse maatschappijen. En in tegenstelling tot eerdere artikelen die ik hierover heb geschreven, zal ik nu specifiek ingaan op de relatie individualisme-collectivisme en dan met name hoe het individualisme gepositioneerd zou kunnen worden ten opzichte van het onderhouden van verbanden (collectieven), in de breedste zin van het woord. De reden dat het collectivisme ernaast wordt geplaatst is dat, aangezien het de tegenpool van het onderwerp individualisme betreft, de laatste zodoende scherper kan worden geduid. Een stroming die primair een preoccupatie is met haar positie ten opzichte van in- en externaliteit; een zoektocht naar de grenzen van haar identiteit en de invloeden daarop. In vogelvlucht zal besproken worden welke impact dit individualisme op de hedendaagse maatschappij heeft, de positieve en negatieve kanten ervan, en zal blijken dat het individualisme zichzelf tot de oproep dwingt om plaatsbepaling te doen ten opzichte van haar spanningsveld met verbanden.
Ontstaan individualisme
Hoewel het individualisme in het Westen al decennia lang in opmars is, is er pas de laatste jaren een groeiend besef in de maatschappij dat dit individualisme voor de meerderheid van de burgers (en instellingen) onderliggend de motor vormt voor haar overtuigingen, verlangens en praktijken. Dit individualisme is ontstaan door de postmodernistische notie dat ‘de waarheid’ niet bestaat, dat we daarom moeten stoppen met het najagen hiervan en dat we door het ontbreken van definieerbare waarheden terug moeten vallen op onze individuele kennis en ervaring, op basis waarvan we onze persoonlijke overtuigingen moeten en mogen creëren, met als doel: functionaliteit. Waar het individualisme decennia geleden nog door een enkeling gedragen werd, kan dit tegenwoordig worden gezien als de dominante stroming in Westerse maatschappijen (zie hier mijn artikel over de vorming van deze stroming).
Sterke kanten individualisme
Er is een veelheid aan gevolgen van dit collectief gedragen individualisme, van de concentratie op het individu in plaats van op het collectief. Zowel positieve als negatieve. Zo is het bijvoorbeeld feit dat over elke schijnbare waarheid oneindig gedebatteerd kan worden, waaruit geconcludeerd kan worden dat ‘de waarheid’ in ieder geval niet kan worden vastgesteld (los van de vraag of ze überhaupt bestaat) en het dus een onhaalbaar doel is om ernaar te streven deze vast te stellen. Ook kunnen we vaststellen dat elk individu ontegenzeggelijk een geheel unieke ontwikkeling heeft doorgemaakt en dat dat gemixt met uniek DNA een unieke persoonlijkheid heeft gevormd, dus een uniek perspectief op waarheden (zie voor meer uitleg mijn publicatie Biografie van de filosoof). En dat dus elk individu, zij het soms op microschaal, net een andere kijk op een object of subject heeft dan een ander individu. We moeten derhalve erkennen dat elk individu unieke overtuigingen, verlangens en praktijken kent. Ook is mooi aan het individualisme dat er veel aandacht uitgaat naar het individu. De mens in zijn uniciteit is bijzonder en alle individuen samen brengen veelkleurigheid in de samenleving. Dat deze aandacht er is voor de schoonheid van ieder mens is iets waar weinig mensen dan ook bezwaar tegen zullen hebben. In die zin zullen deze aspecten, die mooie leringen van postmodernistische denkers zijn, hoogstwaarschijnlijk ook in toekomstige stromingen gedragen worden.
Knelpunten van het individualisme
Uiteraard zijn er ook negatieve kanten aan het individualisme, net als elke stroming die kent. Zoals het woord al zegt betekent het niet langer de aandacht voor het collectief. Het collectief is alleen dan van belang voor het individu zolang dit een meerwaarde voor haar vormt. De vraag staat daardoor niet langer centraal wat de mens als individu kan bijdragen aan het goed functioneren van het collectief, maar wat het collectief ten positieve kan bijdragen aan het leven van het individu. Het gevaar dat hierbij op de loer ligt is teloorgang van het collectief gedragene en het vervallen van het individu in een isolement, ieder levend in zijn eigen bubbel (knipoog naar Sloterdijk). Verder, omdat het individu wordt teruggeworpen op zichzelf omdat hij het niet langer kan rekenen op de steun van het collectief, is het aan het individu zelf om zijn leven vorm en inhoud te geven, te groeien en erkenning te krijgen voor zijn bestaan (Sartre en Nietzsche zijn dus springlevend). Hier bestaat het knelpunt dat het individu aan de ene kant de ander nodig heeft voor deze erkenning en aan de andere kant zich tegen zijn naaste moet afzetten om zijn eigen uniciteit te tonen. Ook betekent de persoonlijke groei (uitbreiding van zichzelf) automatisch het innemen van terrein (fysiek en psychisch) wat een ander moet beslechten. Hierdoor, en door het ontbreken van prioriteit voor saamhorigheid of gemeenschapszin, ontstaat het gevaar dat de cultuur gaat worden gekenmerkt als een egocentristisch ‘ik tegen de ander’, wat een meting tussen sterkeren en zwakkeren betekent (een Darwiniaanse survival of the fittest), waarbij de zwakkeren, zoals gezegd, niet meer terug kunnen vallen op een collectief voor steun of begeleiding.
Gevolgen individualisme voor maatschappij
De ontwikkeling die zich heeft voorgedaan is radicaal te noemen. Het is namelijk niet dat de gerichtheid alleen op het collectief is, of op zowel het individu en het collectief, maar enkel op het individu. Dit is ook niet verwonderlijk aangezien er een spanningsveld zit tussen individualisme en collectivisme. Hoe meer het collectivisme aan ruimte wint, hoe meer het individualisme moet intomen en vise versa. Omdat momenteel het individualisme de mainstream is, is het collectivisme marginaal en blijft krimpen. Wat we hier nu al van zien is dat de Facebookcultuur (van gerichtheid op het tonen van het eigen succes, op het benadrukken van de eigen unieke ervaringen, eigen geluk en statusvertoon, samengebald tot geluk, en: ik ben gelukkig omdat ik tegen mijzelf zeg dat ik gelukkig ben) symbolisch kan worden gezien als de huidige mentaliteit van individuen tijdens interactie. Andere voorbeelden zijn de gerichtheid van overheden en marktpartijen op individuele wensen van haar burgers, het bieden van maatwerk, vraaggerichtheid, het faciliteren van overheden en werkgevers om het individu de ruimte te geven door flexplekken te creëren, de trend van focus op persoonlijke verhalen in media, reality televisie en het belang van social media. Daarnaast de eendagsvliegen in de kunsten, van componisten tot regisseurs, van genres tot technieken. Aangezien er geen langdurige verbintenissen meer worden aangegaan maar gedacht wordt vanuit het idee: what is in it for me? Door het ontbreken van commitment dan ook verwijdering van politiek en burger, de eigen gang die technologie, theologie, politiek en wetenschap gaan ten opzichte van haar consumenten, de economie die het graaien in haar DNA heeft (zie Joris Luyendijk), maakbaarheid die essentieel is omdat ieder noodgedwongen het leven zelf moet maken, enzovoorts. Het zoeken naar 15 minutes of fame, die voor de gelukkigen daarna teleurstellend ook echt voorbij is. Omdat de individualist hopt van wat hem iets oplevert naar het volgende en daarom geen verbintenis voor het leven kent (geen verdieping in een schrijver maar alleen de populaire bestseller: de literaire wereld is op sterven na dood, om met Komrij te spreken). Maar ook valt te zien dat hoe individualistischer de mens wordt, hoe specifieker de koker waardoor men kijkt, hoe minder verwantschap men voelt voor de (overtuigingen van de) ander of de instelling die diegene voor zich heeft. Afgezien nog van het feit dat bij het individualisme onafhankelijkheid centraal staat, omdat het niet aan het collectief maar aan het individu is om zich te verwezenlijken. De vermindering van verwantschap heeft dan weer tot gevolg dat individuen zich minder en minder kunnen vinden in overtuigingen, missies, visies, karakters, kenmerken van die ander (tenzij het ten gunste werkt voor de eigen persoonlijke doelen). Hierdoor ontstaat verwijdering en afstomping waardoor burgers zich niet meer kunnen vinden in politieke partijen (behalve de partijen die vertellen anders te zijn dan die partijen), in wijsheid van anderen waarvan zou kunnen worden geleerd (de ambiguïteit die de individualist ziet is ook doorgevoerd ten opzichte van het gehele culturele verleden; een einde aan de intellectualiteit zoals we die kennen, zie hier mijn artikel over individualisme en het vergroten van kennis en inzicht), verwijdering van gemeenschappen zoals denominaties, buurthuizen, enzovoorts.
Gevolgen individualisme voor kerkverbanden
In kerkgemeenschappen is dit individualisme inmiddels ook gemeengoed geworden. Zie voor meer informatie hierover mijn volgende artikel. Het populairste zijn momenteel dan ook de kerken die dit al het verste hebben doorgevoerd, die de meeste ruimte laten voor het individu, ergo: het minste ruimte laten voor collectieve benadrukkingen. Het is ook door dit individualisme dat christendom en specifiek protestantisme de laatste jaren sterk aan leden verliest en spiritualiteit aan leden wint. Spiritualiteit kan namelijk strikt individueel worden gepraktiseerd en heeft zelfs in principe geen afhankelijkheid van een godheid nodig. Door de toename van het individualisme stonden kerkgemeenschappen gaandeweg voor de keuze hoe zij hier tegenover moesten staan (net als alle andere verbanden in het Westen). Tot dat moment waren er vele gemeenschappelijk gedragen overtuigingen wat die kerk die kerk maakte. Maar toen het inmiddels de overgrote meerderheid individualist was, niet alleen in ‘de maatschappij’ maar ook onder haar leden (‘je kunt ze moeilijk weigeren’), werd het een zaak om gehoor te geven aan deze leden of om een tegengestelde beweging te starten, namelijk die van de collectiviteit waar de individualist op af was gekomen. De eerste zou betekenen dat het aantal leden gelijk zou kunnen blijven of zelfs zou toenemen, de tweede zou betekenen dat het ledental achteruit zou gaan. Gekozen werd dan ook bij de meest vooruitstrevenden voor het eerste (if you can’t beat them, join them). Denominaties als de VEG kunnen inmiddels vrij moeiteloos bewegen binnen het individualistische. Anderen volgden, met een snelheid synchroon aan het progressieve van de denominatie, daarmee steeds meer een weerspiegeling van de maatschappij vormend en daardoor een steeds positievere waardering krijgen van de maatschappij, in tegenstelling tot zij die zich hier niet toe laten overhalen, zoals de mainstream islam. Toch ontneemt deze beslissing niet het zitten in het lastige parket van hoe denominaties aan de ene kant nog collectief kunnen zijn en aan de andere kant gehoor zouden moeten geven aan de inmiddels grote meerderheid van haar leden die individualistisch kan worden genoemd.
Individualisme gewogen voor kerkzijn
In diensten kan de invloed van dit individualisme worden gezien door de verschuiving van het aanspreken van het individu door de predikant in plaats van de gemeenschap, de gerichtheid op praktijken en niet meer op overtuigingen (verlangens heeft iedereen), het oog voor persoonlijke verhalen, voor de persoonlijke band met God, de persoonlijke groei in plaats van verbintenisgroei, het verzachten van de pijn uit het collectieve verleden van het toentertijd benadrukken van ‘de ware kerk’ (door te zeggen dat dit nu als denominatiebreed moet worden gezien), het trauma van de toorn van God en de tucht (we weten inmiddels beter). Maar ook de focus op wat het geloof voor meerwaarde heeft voor het individu in plaats van onze bijdrage aan vergroting van Gods grootheid (mens in plaats van God centraal), het zoveel mogelijk omzeilen van algemeen geldende uitspraken (zoekend naar de plaats van belijdenissen, multi-interpretabiliteit van de bijbel: wat is letterlijk, wat is figuurlijk), gerichtheid op het positieve om het negatief aanwezige te relativeren en zo gehoor geven aan de gelukzoekende tendens, bijvoorbeeld door de verlossing centraal te stellen in plaats van Gods wraak, en daardoor de gerichtheid op Jezus in plaats van God de vader. Enfin, de voorbeelden zijn eindeloos.
Toch moet niet uit het oog worden verloren dat het individualisme in kerkcontext zeker ook positieve kanten kent, net als elke stroming uit het verleden die tweeledigheid had en elke toekomstige stroming beide in zich zal dragen. Want hoe je het ook wend of keert, iedereen is een individu, hoe groot de groep ook is waar je deel van uitmaakt. In de kerken is tegenwoordig meer oog voor iedere persoon, voor ieders persoonlijke groei, voor wat ieder nodig heeft in zijn of haar geloof, wordt erop gericht om ieder persoonlijk te raken met Gods Woord, wordt zoveel mogelijk gekeken hoe ieder lid apart tot bloei kan komen en wordt daarom aan iedereen de oproep gedaan om bij de ander te kijken wat die nodig heeft in het persoonlijke. Er is meer maatwerk voor de individualist omdat ieder tegemoet wordt getreden op een individualistische manier. Gezien de vele positieve kenmerken en gevolgen van het individualisme kan dan ook terecht een (wezenlijke) vraag worden gesteld richting de (ironische gezegd individueel geziene) negatieve gevolgen (of dat nu binnen de samenleving als geheel is, in het private en publieke domein of bijvoorbeeld in het contact tussen individu en overheid/de markt/groeperingen/separate organisaties, enz) van het individualisme, xenofobie even terzijde schuivend: nou, en?
De enige waarheid is dat er geen waarheid is
Lid zijnde van een stroming ben je overtuigd van die stroming, en als dominerend individualist (dominant omdat het weerklank vindt) kun je je daarom afvragen: hoezo kunnen we niet tegen de kritiek een tegenargument geven? Laat het nou juist kenmerkend van het individualisme zijn dat er geen gemeenschappelijk gedragen overtuiging kan bestaan, dat tegenover elke definitie een andere definitie kan worden gezet. Dat elke waarheid, dus ook die verpakt is in een kritiek, betwijfelbaar is. Dit maakt kritiek op het individualisme lastig, bijna onmogelijk. Elke kritiek is slechts een mening naast anderen volgens deze ideologie. Kritiek kan nooit bepalend zijn omdat niets bepalend is: het is aan mij als individu om te beslissen wat ik aanhang, wat mijn overtuiging is. Dit is een van de bijzonderheden van deze stroming: dat zij schijnbaar als eerste stroming ooit een weerwoord heeft tegen elke kritiek (net zoals het solipsisme): wij belijden dat er enkel individuele waarheden bestaan, dus als een ander met zijn kritiek (zijn waarheid) komt, is dat slechts zijn waarheid, en kan daardoor worden gerelativeerd: teniet worden gedaan. De enige waarheid is dat er geen waarheid is. Ogenschijnlijk is dit dus een stroming waar geen gegronde kritiek tegen kan bestaan.
En het individualisme lijkt daarnaast een punt te hebben met de werkbaarheid van deze ideologie voor inkleding van maatschappij en kerk, het is niet voor niets de dominante stroming geworden. Goed, er is niet meer een gemeenschappelijke waarheid, nou en? Wat is het probleem? Gemeenschappelijke structuren verdwijnen, wat is het probleem als je het ook zonder die structuren goed kan hebben? Het libertarianisme, for example, geeft genoeg voorbeelden hoe een maatschappij kan worden ingericht zonder collectieve bemoeienis. Stel dat we vaarwel zeggen tegen het collectieve, wat is nu eigenlijk het probleem behalve dat we afscheid moeten nemen van iets vertrouwds? Geen. Kerkverbanden zullen onnodig worden, maar we zullen dan in huiselijke kring kerk zijn, net als vroeger. Er zal niemand zijn die kan bepalen wat waarheid is, maar dat klopt ook, want het postmodernisme leert ons dat niemand kan pretenderen de uiteindelijke waarheid te hebben. Om het over het religieuze te hebben: er is geen schade wanneer we met elkaar bepalen (net als dat we altijd hebben geïnterpreteerd, zie bijvoorbeeld de belijdenissen) dat de bijbel in zijn geheel multi-interpretabel is. Dat we allemaal individuen zijn die kijken naar wat het onszelf oplevert om te groeien in ons geloof. Wat is het probleem, wanneer het in de extreme situatie zo wordt dat we als individuele christen onze eigen lezing van het christendom hebben en dat we fictief in de toekomst, als we het hebben over buurman X, we kunnen gaan spreken over: 'denominatie 1' en bij buurvrouw Y over 'denominatie 15 miljoen'?
Experiment: een streng doorgevoerd individualisme
Om de uiteindelijke gevolgen van het individualisme in zijn volheid te zien, kan het behulpzaam zijn om een beeld te vormen hoe de maatschappij eruit zou zien wanneer die totaal is gevormd door een individualistische kijk met enkel individualistische leden, zoals tegenwoordig ook het libertarianisme voor zichzelf alvast doet. Hoezeer dat ook onderhevig is aan giswerk, dus waarschijnlijkheid en redelijkheid. De maatschappij zou bestaan uit losse verbanden, geen gemeenschappelijke afspraken, geen gedeelde overtuigingen, contract in plaats van verbond (zie Moreel kapitaal van Roel Kuiper), samenwerkingen op basis van persoonlijke wederkerigheid, aan het individu de volle vrijheid om het leven te leven dat hij of zij wil (met de ups en downs die daarbij horen), geen vangnet voor de zwakkeren omdat ook de zwakkeren vrij zijn om te vallen, een totale vrije markt in elke sector, geen bemoeienis van de ander (dus ook niet van een rechtssysteem, overheid, defensie, welk soort macht ook), geen centraal gestuurd orgaan dat toeziet op ordelijk verloop van zaken, op zaken die het individu overstijgen. Een micro-eilandjescultuur waarin iedereen opportuun zijn of haar leven vormgeeft en zijn weg zoekt naar bevrediging. Een verharde cultuur omdat in interactie met anderen de afweging wordt gemaakt wat de ander oplevert voor het zelf. Tegelijk zou dit een maatschappij zijn waarin ieder een eigen wijsheid en waarheid heeft waardoor alleen de kennis van de ander zal worden geïncorporeerd wanneer het individu dit prettig vindt voor zichzelf. En waardoor kritische wijsheid, denkbeeldige spiegels, pijnpunten en benoemingen van kwetsbaarheden en zwaktes omzeild zullen worden terwijl die zouden kunnen bijdragen aan een sterkere, boeiender en mooiere persoonlijkheid. Of anders gezegd: de mens dommer wordt, omdat per definitie huiverig wordt gereageerd op externe kennis en tegelijk enkel intern aandacht uitgaat naar de gelukopwekkende informatie (hoezo concentratie op de eigen persoon?). Precies zoals Nietzsche typeerde, is 'het nieuwe christendom' geconstrueerd om tegemoet te komen aan de eigen oerwensen en -begeerten. Wijsheid zou derhalve achteruit gaan omdat alleen nog de weg zal worden bewandeld van de gemakzucht, van de minste weerstand. Terwijl juist de trauma’s, de blokkades, de tekortkomingen, de gemaakte fouten en constructieve feedback de grootste leringen opleveren. Wanneer gedeelde overtuigingen niet meer aan de orde zullen zijn, zullen ook religieuze bewegingen, denominaties, verdwijnen. Kerkverbanden zullen afkalven tot waar niet meer het risico bestaat geconfronteerd te worden met andersdenkenen/andersgelovenden, welk risico altijd bestaat. Religieuzen zullen zich daarom van elkaar afzonderen wanneer overtuigingen ter sprake komen, overtuigingen zullen niet meer worden benoemd en teruggebracht worden tot de eigen huiskamer en zelfs daar reden zijn voor echtelijke ruzies.
Dit scenario beziende kan de individualist nog steeds de legale vraag stellen: nou, en? Het is in ieder geval beter dan nu. Het zou een eerlijke maatschappij zijn, want met ieders goedvinden gecreëerd. Nogmaals: iedereen krijgt de volle ruimte en erkenning voor zichzelf. En de samenleving wordt precies zo ingedeeld zoals elk individu die daarvan deel uitmaakt prettig vindt voor zijn of haar eigen leven en daardoor onderschrijft. Er zal geen dominantie/monopolie zijn, geen dwang of machtsvertoon, alles op basis van wederzijdse goedkeuring en zelfbeschikking. Alleen collectivisten zullen zich hier niet in kunnen vinden, maar dat is niet relevant aangezien de geschetste maatschappij zal bestaan uit enkel individualisten. Geheel in lijn met het individualisme zouden aanhangers hiervan aan collectivisten alle recht geven om zelf ook een maatschappij op te richten volgens haar eigen wensen. Er is geen probleem dat niet binnen het individualisme kan worden opgelost.
Mogelijkheid van een utopie
Dat probleem hoeft er inderdaad niet te zijn voor toekomstige maatschappijen zoals een totalitair individualisme of collectivisme. In lijn met het individualisme zou je kunnen zeggen: ieder zijn ding. Hoewel het, wanneer het in de praktijk niet blijkt te werken, ook schadelijk kan zijn. We hebben gezien wat Socialisme en Communisme met een maatschappij kan doen. In zijn geheel doorgevoerd is het individualisme een utopie. Zo functioneert totale gelijkwaardigheid niet. Er zal altijd een orgaan nodig zijn om hierover te waken, wat een monopolie, dus dominantie, dus ongelijkwaardigheid impliceert. Ogenschijnlijk lijkt gelijkwaardigheid het speerpunt, maar iedereen is bezig om meer gelijkwaardig dan de ander te zijn. Niemand mag pretenderen de waarheid in pacht te hebben, maar dat gezegde is een aangehangen waarheid. Iedereen moet gerespecteerd worden om zijn ‘anderszijn’, alles kan en mag, behalve de collectivisten, want die hebben het bij het verkeerde eind zoals iedereen kan zien. Status is niet meer van belang en vergroting van de eigenwaarde des te meer. Maar meer dan ooit is iedereen met de eigen status bezig en is de eigenwaarde onder burgers gedaald. Sterker: terwijl Nederland in de top 10 zit van meest gelukkige landen, zit tegenwoordig een miljoen daarvan aan de antidepressiva en vele campagnes tegen zelfmoord hebben niet kunnen voorkomen dat het aantal is gestegen. In boekhandels liggen schappen vol met zelfhulpboeken en publicaties met tips hoe het gelukkige leven kan worden gerealiseerd, ook is het tegenwoordig statusverhogend om in Amsterdam op feestjes te zeggen dat je in therapie bent.1 op de 3 huwelijken strandt tegenwoordig (scheidingsmakelaars zijn booming) en jongeren worden gemiddeld op hun 16e ontmaagd zonder een langdurige relatie tot gevolg. Individualisme leidt in strenge vorm tot egocentrisme, wat we terug zien in het doorlopen van passanten bij zinloos geweld op straat en het verbaasd zijn dat de buurvrouw al 3 weken dood in haar huiskamer blijkt te liggen. Een onbekende corrigeren levert al een heldenstatus op. Groter gezien waren vluchtelingen tot voor kort geen prioriteit voor Noordwest-Europa omdat het verre Italië en Griekenland er alleen mee kampten, tot bleek dat ze toch richting ons zouden gaan oprukken. Hetzelfde geldt voor de bestrijding van Ebola, die door het Westen pas serieus op gang kwam nadat bleek dat de ziekte ook hen kon bereiken. Individualisten beroemen zich erop voorhoedelopers te zijn terwijl ze in wezen juist conservatief zijn aangezien hun pleidooien door de eindeloze herhalingen nu clichématig geworden zijn, waardoor de eerst conservatieve collectivistische kreten over een nieuwe koers de enige progressieve geluiden zijn. Zie hier mijn artikel die nader ingaat op het schijnbaar progressieve.
Spanning tussen individualisme en collectivisme
Maar laten we toch blijven vasthouden aan de mogelijkheid van deze utopie: de weg is immers belangrijker dan het doel. Wat daarbij wel een probleem vormt, los van enig waardeoordeel over het individualisme of collectivisme en los van de vraag nog of het in een maatschappij/christelijke gemeenschap niet inherent is dat gedeeld wordt, is dat de verschillende ideologieën momenteel niet op hun eigen omkaderde eilandje zitten maar vermengd zijn met tegengestelde belangen. Individualisme en collectieve verbanden zijn (helaas) in zichzelf tegengesteld. Individualisten willen in de kern geen dominantie en dwang van anderen accepteren, maar zouden ze de collectivisten opdringen dat gemeenschappelijkheid baan moeten maken voor een deels individualistische kijk, dan zouden ze die dominantie en dwang zelf inzetten. Collectivisten daarentegen, moeten respecteren dat individualisten andersdenkend zijn en de ander in zijn waarde moeten laten (zoals een collectivist vanuit kerkverband zeker zou onderschrijven). Maar als die ander door de ruimte die het krijgt het eigen gedachtegoed inperkt, dan zal geen collectivist daar voorstander van zijn. Een verband creëren met wederzijds goedvinden (zoals het individualisme voorstaat) kan niet plaatsvinden omdat dit ten koste zou gaan van de eigen overtuiging. Maar toch ‘moet het individualisme wat’. En tot het totalitair individualisme van kracht is, moeten haar leden momenteel genoegen nemen met het deelnemen aan verbanden die collectivisten hoog hebben staan maar individualisten het liefste zouden willen afbreken tot de grens waarbij geen sprake meer is van gemeenschappelijke overtuigingen. Tegelijk zouden collectivisten het liefste willen dat de individualistische tendens wordt afgebroken. De vraag is daarom hoe dit moet worden opgelost, want iedereen loopt hier tegenaan.
Omissie in het functioneren van het individualisme
We lopen hier tegen een omissie van het individualisme aan. Want ondanks het motto dat de enige waarheid is dat er geen waarheid is, leent het individualisme zich toch voor kritiek. Een van die kritiekpunten is dat leden hiervan niet volgens hun ideologie leven omdat ze deel uitmaken van verbanden terwijl diezelfde ideologie dit afkeurt. Een dergelijke kritiek valt niet te geven naar collectivisten, omdat die juist deel uitmaken van de verbanden die hun ideologie kenmerken. Individualisten zitten momenteel simpelweg niet op hun plek. Ze zouden daarom (tot hun maatschappij ontwikkeld is) voor zichzelf moeten beslissen of ze zich geïsoleerd in de samenleving willen opstellen (waarom niet? Het zou conform hun ideologie zijn), of toch deel uit willen maken van verbanden. Als ze kiezen voor het laatste, is inherent daaraan dat ze ook de regels, overtuigingen en afspraken die het verband tot dat verband hebben gevormd, moeten onderschrijven en naleven. Collectieven bestaan per slot van rekening bij de gratie van gemeenschappelijk gedragen overtuigingen. Onderdeel uit te maken van een verband en die vervolgens van binnenuit afbreken omdat het niet past bij het individualisme, is voor zowel individualisme als collectivisme pertinent onrechtvaardig, onlogisch en onethisch en gaat ook per definitie in tegen de ideologie van het individualisme. Het merkwaardige wat we in dit kader nu zien is dat veel individualisten wel onderdeel willen blijven uitmaken van een of ander verband (een kerk is bij uitstek zo’n collectivistisch gebeuren). Dit kan voortkomen uit het feit dat ze nog geen volgroeid individualist zijn, of dat zelfs ‘de beste’ individualisten niet zonder verbanden kunnen. Dat laatste klinkt het meest aannemelijk. Alleen al omdat binnen een totalitair individualistisch systeem zonder verbanden alleen op microschaal geen chaos zou bestaan (en wie wil dat?): er zou geen infrastructuur, controle of toezicht meer bestaan op alle ‘je eigen straat-overstijgende’ zaken. Te denken valt aan het failliet van verbanden zoals Europese milieurichtlijnen, wereldwijde vrouwenhandel, drugssmokkel, initiatieven als EU, VN, samenwerkingen tussen justities, politieke partijen an sich, maar ook kleiner, zoals toezicht op kwaliteitsonderwijs, landelijke aanpak van werkeloosheid, enzovoorts, enzovoorts.
De onmogelijkheid van de tussenweg
Het is spijtig dat zowel het collectivisme als individualisme momenteel niet werken. Wat zou het mooi zijn om de mooie ontdekkingen van het individualisme samen te smelten met de pluspunten van het collectieve (de negatieve kanten van beide achter ons latend), om zodoende te komen tot een nieuwe vorm waarin het Westen weer een stap voorwaarts heeft gezet. Een samenleving waarin bijvoorbeeld gefocust wordt op 50% individualisme en 50% collectivisme. Maar dit is, zoals hierboven werd beschreven eigenlijk een onmogelijkheid omdat een mengvorm niet kan functioneren als beide partijen, zelfs al is het deels, de volle vrijheid krijgen. Een nieuwe stroming die altijd beïnvloed zal zijn door de kern van de huidige ideologieën zou alleen de positieve elementen van het individualisme en collectivisme kunnen bevatten wanneer die niet als zodanig getypeerd kunnen worden. De tegengestelde kanten van beide stromingen zijn namelijk zo sterk in elke ideologie aanwezig dat 50% integratie van elk van de stromingen al elementen zou bevatten die onwerkbaar zouden zijn met die van de ander. Waardoor, door eliminatie van botsende karaktertrekken, in die nieuwe stroming in strengere zin niet langer gesproken kan worden van deze beide ideologieën; tegen die tijd het individualisme en collectivisme alleen in geschiedenisboeken zal voorkomen.
Oproep tot plaatsbepaling
Het is daarnaast al lang bekend dat de mens een sociaal dier is, graag liefde wil ontvangen en geven, een hang heeft naar controle en zekerheid/verwijdering van angst en onzekerheid (waarvoor onbetwijfelbare vaststellingen nodig zijn), ieder mens erkenning wenst, andere capaciteiten heeft en de een meer dan de ander. Gelijkwaardigheid bestaat in de praktijk alleen op het vlak van mens-zijn, niet op die van capaciteiten, schoonheid, succes of resultaten in het oog van het subject. De wetenschapper die een middel tegen kanker uitvindt wordt nu eenmaal meer gewaardeerd dan de putjesschepper. Het verlangen naar eliminatie van chaos, naar sociale banden, naar liefde, naar controle en zekerheid en bevestiging van status, zijn tekenen dat het individualisme doordraaft, te weinig genuanceerd denkt en in ver doorgevoerde vorm indruist tegen het menselijke, wat onder meer een verlangen naar verbanden is. Het gegeven dat kerken juist leegdruppelen ten tijde van de incorporatie van het individualisme, omdat herkenbaarheid en een thuis door gebrek aan profiel ontbreekt, is hier een teken van. Het zou een individualist dan ook aan te raden zijn deze kanttekeningen te overdenken. Voor mijn part ter versteviging van zichzelf. Maar tot die tijd zou hij in het licht van zijn constante drang om dit gedachtegoed te beschermen en te versterken, zich juist moeten verwijderen uit collectieve verbanden. Of een manier moeten vinden om waarde toe te kennen aan verbanden, die te integreren met het individualisme en dat vervolgens na te volgen. Want voortgaan op de huidige weg is destructief voor elke vriend en vijand.